Interview NAPA-bestuurslid: Frank Hoeve

maandag, 9 maart 2026


Enorme risico's in de zoektocht naar het allerbeste

De Nederlandse Audiovisuele Producenten Alliantie (NAPA) bestaat vijf jaar. Ter ere van het jubileum vertellen de bestuursleden in een interviewreeks over hun werk, dromen, zorgen en overtuigingen. Bestuurslid Frank Hoeve, producent van BALDR Film, aangetreden in december 2025, is de hekkensluiter in deze interviewreeks. Hij gelooft heilig in bioscoopfilms, denkt dat internationale coproducties de Nederlandse filmindustrie naar een hoger niveau tillen en blijft liever mean & lean, zelfs als elke film zijn laatste kan zijn.


Tekst: Edo Dijksterhuis; beeld: Maarten Delobel


Fransje Hermans, de hoofdpersoon in Joe Speedboot, zit in een rolstoel en kan niet praten. Hij kan alleen zijn rechterarm gebruiken. De titelheld uit de Tommy Wieringa’s doorbraakroman uit 2005 traint hem zodanig dat hij armworstelaar van wedstrijdniveau wordt. Die arm is Fransjes uitlaatklep, zijn gespierde spreekbuis en symbool van mannelijkheid, zijn alles.

Uitgerekend die arm breekt Daan Buringa, de acteur die Fransje speelt, tijdens een wedstrijdje armworstelen als hij even niet op de set is. Het soort ironisch toeval dat je alleen in films ziet. Buringa kon niets meer met zijn arm, laat staan optreden als éénarmige bandiet, en de opnames lagen een half jaar stil. “Daar heb ik wakker van gelegen,” geeft Frank Hoeve, producent van Joe Speedboot, volmondig toe.

Met BALDR Film was hij het jaar daarvoor bezig met de opnames voor Alpha. van regisseur Jan-Willem van Ewijk, een vader-zoondrama met Reinout en Gijs Scholten van Aschat dat zich afspeelt in de Alpen. “Stel je voor dat Gijs van de berg was gevallen en ook een arm had gebroken,” vraagt Hoeve zich af. “Pas later realiseerde ik me hoeveel risico ik eigenlijk iedere keer weer neem. Misschien zelfs teveel risico.” Maar het is allemaal goed gekomen. Alpha. kreeg alom lovende kritieken en won onder andere het European Cinemas Venice Label en een Gouden Kalf.

Joe Speedboot van regisseur Sam de Jong komt binnenkort uit in meer dan honderd kopieën, de grootste Nederlandse release van BALDR Film tot nu toe, en de verwachtingen zijn hooggespannen. Deze uitkomst illustreert wat het producentschap betekent voor Hoeve: “Ik wil het onmogelijke mogelijk maken en ga daar heel ver in.”


God van het licht
Dat Hoeve zo’n hartstochtelijk voorvechter van kwaliteitsfilm zou worden, lag niet voor de hand. Als kind van een Shell-manager groeide hij op in het buitenland en bracht hij zijn jeugd grotendeels door in Gabon. In dat Centraal-Afrikaanse land werd zijn filmisch referentiekader gevormd door het aanbod van de videotheek: blockbusters, zang-en-dansfilms uit Bollywood en low budget actie van Nigeriaanse makelij.


Voor zijn stage bij een opleiding aan de Haarlem Business School wilde hij per se productionele ervaring opdoen bij het tv-programma Man Bijt Hond. Pas nadat hij werd gepasseerd omdat ze daar liever een vrouw hadden, kwam hij terecht bij IJswater Films. “Ik werd opgenomen in het productieteam dat Diep (2005) van Simone van Dusseldorp realiseerde. Van de mensen om me heen heb ik gigantisch veel geleerd en veel verantwoordelijkheid gekregen. Ze vroegen me te blijven en op een gegeven moment stond ik samen met Marleen Slot – die toen bij Lemming Film werkte en later Viking Film oprichtte – bekend als de eerste junior producers van Nederland. Zij is nog steeds één van mijn beste vrienden.”

Na acht jaar bij IJswater Films was het echter tijd voor iets nieuws. Na een tussenstap bij Talent United, het productiebedrijf van Paul Ruven en de recent overleden René Huybrechtse, begon hij in 2011 voor zichzelf, samen met IJswater-collega Katja Draaijer. Regisseur Bram Schouw, die op dat moment zijn kortfilm Sevilla ontwikkelde bij Talent United, verhuisde mee naar het nieuwe bedrijf zodat BALDR vrijwel meteen een eerste titel op zijn naam had. “Die naam verzonnen we aan de keukentafel,” vertelt Hoeve. “We wilden iets hoog in het alfabet en kwamen uit bij de Noorse god van het licht. Film is licht en BALDR is bovendien een heel sympathieke god – ik herken me wel in hem,” zegt hij met een knipoog.

“Voor het eerst stond ik heel anders in het hele proces,” zegt Hoeve over zelfstandig ondernemen. “Als je voor een bedrijf werkt, spelen de commerciële belangen sterker en ben je bezig jezelf terug te verdienen. Als oprichter en eigenaar van BALDR kon ik mijn eigen koers varen. Dan gaat het naast zakelijke belangen veel meer om identiteit: wie zijn wij en waar staan wij voor?”


Impact
Het antwoord op die vraag is volgens Hoeve te vangen in één woord: vertrouwen. “In de filmmaker en zijn visie. Ik ben altijd op zoek naar originele ideeën, wil iets maken dat er nog niet is. Die ideeën kunnen komen van makers met bewezen kwaliteiten maar ook van nieuw talent, zolang ze maar iets eigens hebben. Daarom hebben we Sam de Jong gevraagd voor Joe Speedboot. Het moest geen letterlijke boekverfilming worden maar een echte Sam de Jong-film.”
    

       

  

Een andere term die Hoeve gebruikt: culturele waarde. “Dat een film gezien wordt en impact heeft,” bedoelt hij daarmee. “Ik wil cinema maken die een beleving of inspiratie biedt. En omdat we werken met geld van de Nederlandse belastingbetaler voel ik de verantwoordelijkheid om daar een succes van te maken. Natuurlijk kun je succes op verschillende manieren definiëren. Joe Speedboot is primair gemaakt voor de Nederlandse markt en mikt op een groot publiek – daarom hebben we ook geld gekregen via de Cinescoop-regeling. Alpha. heeft bijna veertigduizend bezoekers getrokken in de filmtheaters, wat helemaal niet slecht is voor een artistieke film, is daarnaast vertoond op twintig internationale festivals en de rechten zijn verkocht aan meer dan veertig landen. Heel binnenkort komt de film uit in België. We hebben een jaar gewacht omdat je zo’n film beter niet uitbrengt in de wintersportperiode of rond de Kerst.” Ook dat is nadenken over succes.


Champions League
Een internationale oriëntatie loopt als een rode draad door Hoeves werk. Niet zo gek gezien zijn expatjeugd, maar als volwassene heeft hij zelf ook actief gebouwd aan een grensoverschrijdend netwerk. Hij heeft trainingstrajecten doorlopen bij ACE Producers en European Visual Entrepeneurs (EAVE): prestigieuze snelkookpannen voor internationaal productietalent waarvan de alumni in de Champions League van de Europese filmproductie opereren. Daarnaast blijft het hard werken, constateert Hoeve: “Al die keren in Cannes zijn een jarenlange investering in de juiste partners.”

Dat die investering zich heeft uitbetaald, bewijst de indrukwekkende lijst internationale coproducties van BALDR. “Bedrijven als Topkapi Films en Lemming Film zaten al goed in de fictie en daarom begonnen wij met documentaires, waar internationale coproducties toen nog veel minder voorkwamen. Komend jaar werken we aan Jenjira’s Magnificent Dream van Apichatpong Weerasethakul, een absolute wereldster in het arthousecircuit. Van zo’n partnership kunnen wij allemaal, cast en crew, enorm veel leren. Maar internationale coproducties zijn niet zonder risico’s. Zo hebben we The Garden of Earthly Delights van Morgan Knibbe gemaakt met deels Filipijns geld. Maar een maand na het draaien was er een wisseling van regering en veranderden de regels van het Filipijnse filmfonds dat sterk verbonden is met de overheid. Ik heb twee jaar moeten wachten op de beloofde bijdrage. En dan weet je: elke film kan de laatste zijn, ik kan op iedere film failliet gaan.”


Klein maar fijn
Werken voor uitsluitend streamingdiensten met grotere budgetten en meer zekerheid ziet Hoeve echter minder zitten. “Dan moet ik teveel compromissen sluiten. Ik wil boven alles films maken voor de bioscoop. En onze publieke omroep kende altijd een fantastisch systeem. Ik werk tot nu toe vaak samen met VPRO en NTR en hun betrokkenheid geldt als kwaliteitsstempel. Met de aanstaande bezuinigingen op de publieke omroep wordt het wel lastiger. Een productie bestaat uit veel schakels en als er eentje tussenuit valt, dondert het hele zaakje in elkaar en moet je opnieuw beginnen.”

Toch kiest Hoeve ook niet voor fusie met een grotere partij die beter bestand is tegen financiële klappen. Sterker nog: na het recente vertrek van Draaijer bestaat BALDR enkel nog uit hem en een collega. “Klein maar fijn,” typeert hij het zelf. “Zo ben ik flexibel en blijf ik dichtbij de maker en zijn visie. Gelukkig heb ik een sterk team freelancers om me heen.”

Ook met zijn Belgische productiepartner Czar werkt Hoeve al jarenlang samen. “Het liefste zou ik mijn hele carrière werken met drie filmmakers,” stelt hij. “Maar in Nederland hebben we nog geen makers als Joachim Trier of Lukas Dhont, die alsmaar doorgaan. Maar ik zie wel dat dat onze filmmakers steeds vaker een internationaal podium halen, zoals bijvoorbeeld Sven Bresser met zijn debuutfilm Rietland en ook Rosanne Pel.”


Solidariteit
Na ruim tien piekjaren wil Hoeve het even iets rustiger aan doen, hoewel hij van zichzelf weet: “als iemand iets moois voorstelt, zeg ik nooit nee. Ik werk op intuïtie. We konden niet voorspellen dat het speelfilmdebuut van Payal Kapadia, All We Imagine as Light, de Grand Prix zou winnen in Cannes of dat Soundtrack to a Coup d’État van johan Grimonprez genomineerd zou worden voor een Oscar. Ik volg mijn eigen smaak.”

Dat wordt wel moeilijker nu de financiële spoeling dunner wordt. “Als je in eigen land het geld niet bij elkaar krijgt, is het internationaal nog moeilijker,” constateert Hoeve. “Er zijn steeds meer concurrenten voor dezelfde pot geld. Ik juich het ‘meer geld voor minder producties’-beleid van het Filmfonds toe, maar de lastige consequentie is dat niet iedereen kan blijven staan. Er zijn simpelweg teveel filmmakers in Nederland.”

Desalniettemin is solidariteit een belangrijke waarde voor Hoeve, die vindt dat hij “na twintig jaar iets terug moet geven” en daarom nu zitting neemt in het NAPA-bestuur. “We moeten informatie, contacten en ervaringen uitwisselen, ook over de dingen die mislukken. Films die het goed doen, moeten we koesteren. Natuurlijk vind ik dat The Garden of Earthly Delights het Gouden Kalf voor beste film had moeten winnen afgelopen najaar, maar ik ben ook heel blij met het succes van Voor de meisjes, dat het ook nog tot best bezochte Nederlandse film van 2025 heeft geschopt. Eigenlijk zouden we ieder jaar drie of vier van dat soort films moeten hebben. Dat zou de hele Nederlandse filmindustrie optillen.”


Vanavond maandag 9 maart 2026 is de wereldpremière van Joe Speedboot in Koninklijk Theater Tuschinski in Amsterdam. Vanaf 12 maart is de film overal in Nederland te zien.