COVID-19 Protocol Audiovisuele Sector

UPDATE: 14 okt. 2020  |  Voor de Nederlandse audiovisuele sector is een COVID-19-protocol opgesteld, bedoeld voor iedereen die betrokken is bij de verschillende soorten audiovisuele producties. De huidige versie (3.1) sluit aan bij de actuele overheidsrichtlijnen.

In dit dossier

1. DOWNLOADS
2. TOELICHTING
3. FAQ
4. SUMMARY (EN)


Downloads

1. COVID-19 Protocol AV-sector
- NL: Protocol versie 3.1, 14 oktober 2020
EN: Protocol version 3.1, 14 October 2020

2. Bijlage/Annex
- NL: Indicatieve risico-analysetabel; versie 3.0, 1 juli 2020
- EN: Indicative risk assessment table; version 3.0, 1 July 2020

3. Toolkit COVID-19 AV-sector (DAFF)
- NL: Toolkit versie 3.0, 1 juli 2020
- EN: Toolkit version 3.0, 1 July 2020

4. Handreiking Drama, Speelfilm & Scripted
- NL: Handreiking, versie 1 juli 2020

De Toolkit (NL versie) is ook als app beschikbaar. Deze is te downloaden door onderstaande QR-code te scannen met de camera van een smartphone; volg daarna de stappen die worden aangegeven. Ook is het mogelijk om een desktopversie te bekijken via deze link. The Toolkit (EN version) is also available as an app. It can be downloaded by scanning the QR code below with the camera of a smartphone; then follow the steps indicated. It is also possible to view a desktop version via this link.

↥ NAAR BOVEN

Toelichting

Het protocol bevat gedragsregels en richtlijnen met betrekking tot hygiëne, voorzorgs- en beschermingsmaatregelen. Deze hebben als doel een zo veilig mogelijke werksituatie te garanderen tijdens de COVID-19-pandemie. Het protocol is vastgesteld in overleg en met inbreng van de verschillende branche- en beroepsverenigingen en andere belanghebbende partijen. De huidige versie (3.1) sluit aan bij de actuele overheidsrichtlijnen per 14 oktober 2020. De verschillen tussen versie 3.1 en eerdere versies worden benoemd in de FAQ hieronder.

Het COVID-19-protocol biedt de audiovisuele sector richtlijnen om het werk te vervolgen en te hervatten binnen de geldende voorschriften van de Rijksoverheid en het RIVM. De verschillende werksituaties zijn met de bijbehorende richtlijnen gespecificeerd in drie risicocategorieën: LOW, MEDIUM en HIGH RISK. Onderdeel van het document is een indicatieve risico-analysetabel waarin de richtlijnen zijn gespecificeerd voor de verschillende fases in een audiovisuele productie per afdeling/discipline en bijbehorende functies.

In aansluiting op het protocol heeft de Dutch Academy For Film (DAFF) een Toolkit ontwikkeld met praktische tips voor op de werkvloer, gericht op drama, commercial en documentaire. Deze is eveneens aangepast aan de hand van de laatste ontwikkelingen. Van de Toolkit is ook een (mede door NBF ontwikkelde) handzame app beschikbaar, zodat makers snel en gemakkelijk de tips en tricks kunnen vinden die voor hen relevant zijn. Daarnaast is ook een Handreiking opgesteld ten behoeve van Drama, Speelfilm & Scripted producties. Dit document biedt (uitvoerend) producenten een praktische handreiking bij het werken conform het protocol en wijst hen op een aantal specifieke aandachtspunten.

Het protocol op zichzelf biedt nog geen antwoord op alle vraagstukken waarmee de sector te stellen heeft als gevolg van de coronacrisis. Er lopen gesprekken over het dekken van risico’s, mogelijkheden tot afsluiten van verzekeringen en het dragen van meerkosten. Uiteindelijk dient per individuele productie de afweging gemaakt te worden of en op welke wijze het in de huidige situatie verantwoord is om te draaien/produceren.

Het protocol is opgesteld door een werkgroep bestaande uit: Doreen Boonekamp (voorzitter, zelfstandig adviseur, directeur a.i. Nederlands Film Festival), Antoinette Beumer (regisseur, schrijver, hoofd drama/creative producer RTL/Videoland), Boudewijn Beusmans (CEO Endemol Shine), Roel Burgman (zakelijk leider Media VPRO), Floor Onrust (producent Family Affair Films / bestuurslid DAFF) en Janneke Slöetjes (zelfstandig adviseur, v/h director of public policy Netflix). Zij werden bijgestaan door juridisch adviseur Hugo Klaassen en de bureaus van producentenverenigingen NCP en NAPA, die de opdracht verleenden. Zij deden het werk in samenwerking met en vóór de audiovisuele sector – van individuele personen en bedrijven tot publieke en commerciële omroepen en beroepsverenigingen. Wij zijn hun, en allen die betrokken waren bij het tot stand brengen van het protocol, veel dank verschuldigd.

Het protocol is tot stand gekomen met steun van het
Cultureel Fonds Audiovisuele Producenten (CFAP).

↥ NAAR BOVEN

FAQ

UPDATE Beantwoordt versie 3.1 van het protocol aan de maatregelen per 14 oktober 2020?
Per 14 oktober (22:00 uur) gelden nieuwe, nog verder aangescherpte landelijke maatregelen om de forse toename van het aantal coronabesmettingen een halt toe te roepen. De overheid spreekt van een 'gedeeltelijke lockdown', met als oogmerk beperking van het aantal contactmomenten en reisbewegingen, strikter naleven van de basisregels en daar strenger op toezien. Ook heeft het kabinet een ‘routekaart’ gepresenteerd, waarbij vier risiconiveaus en de daarbij passende maatregelen worden onderscheiden. In de weken tot 27 oktober beoordeelt het kabinet wat er voor de periode daarna nodig is. Hoewel de nieuwe maatregelen een forse impact hebben op het dagelijks leven, is er vooralsnog geen reden om versie 3.1 van het COVID-19 protocol voor de audiovisuele sector aan te passen.

Naar aanleiding van de maatregelen per 29 september 2020 is al geconstateerd dat werkzaamheden ten behoeve van film- en televisie-opnames gezien worden als reguliere bedrijfsactiviteiten, zowel wanneer deze plaatsvinden in daartoe geoutilleerde studioruimten als op overige locaties. In afstemming met het ministerie van OCW is toen besloten om deze constatering op te nemen in de preambule van het protocol.
In de brief die de minister van VWS op 13 oktober aan de Tweede Kamer heeft gestuurd inzake de huidige situatie, de aanvullende maatregelen en de routekaart staat: 'Het kabinet blijft ondersteunen dat voor samenkomsten in een gebouw die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties met ten hoogste honderd personen per zelfstandige ruimte open kunnen blijven.'
Ook in de toelichting op de maatregelen per 14 oktober 2020 is duidelijk aangegeven dat ook nu een uitzondering geldt voor het maximale aantal personen in een binnenruimte, voor 'bedrijven en andere organisaties die dagelijkse werkzaamheden verrichten en als er ten hoogste 100 personen zijn per ruimte'. Deze uitzondering geldt ook voor buitenruimtes waar geen continue doorstroming is van mensen. De betreffende bepalingen en uitzonderingen hierop vindt u HIER

UPDATE Waarin verschilt versie 3.1 van het protocol van versie 3.0 (1 juli 2020)?
Versie 3.1 van het protocol biedt (ten opzichte van versie 3.0) een kleine update in de preambule; deze heeft als doel om onduidelijkheid bij AV-professionals en andere partijen weg te nemen.  

Naar aanleiding van de aangescherpte maatregelen per 29 september 2020 (18:00 uur), is geconstateerd: 
* Werkzaamheden ten behoeve van AV-producties kunnen in principe doorgang vinden, onder de voorwaarde dat alle betrokkenen zich strikt houden aan het COVID-19 protocol voor de audiovisuele sector.
* (Uitvoerend) producenten moeten extra kritisch zijn op de vraag voor wie het wel of niet noodzakelijk is om op de set of werklocatie aanwezig te zijn.
* Er is op dit moment nog geen noodzaak om het protocol aan te passen. Dat kan anders zijn wanneer het kabinet besluit tot verdere aanscherping van maatregelen om het aantal besmettingen terug te dringen, met grote gevolgen voor de dagelijkse werkzaamheden van AV-producenten. Reden te meer om ervoor te zorgen dat het protocol strikt wordt nageleefd.

Nadat de nieuwe maatregelen een paar dagen van kracht waren, bleek dat bij het filmen op sommige locaties onduidelijkheid ontstond. Het kwam voor dat de eigenaars/beheerders van deze locaties - of de betreffende Veiligheidsregio's - in de veronderstelling verkeerden dat dezelfde regels golden als voor publieksevenementen (waarvoor het maximale aantal personen is teruggebracht tot 30 binnen en 40 buiten). In de toelichting op de maatregelen per 29 september is echter duidelijk gesteld dat er een uitzondering geldt voor samenkomsten die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden (met ten hoogste 100 personen per zelfstandige ruimte). Daarnaast biedt naleving van het COVID-19-protocol voor de AV-sector voldoende waarborgen voor een veilige werksituatie. Om te voorkomen dat de bedrijfsvoering van onze sector in gevaar komt doordat de nieuwe maatregelen op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, is in afstemming met het ministerie van OCW besloten om bovenstaande constateringen op te nemen in de preambule van het protocol en om daar voor de goede orde aan toe te voegen:
* Werkzaamheden ten behoeve van film- en televisie-opnames worden gezien als reguliere bedrijfsactiviteiten, zowel wanneer deze plaatsvinden in daartoe geoutilleerde studioruimten als op overige locaties.

Daarnaast geldt per 2 oktober 2020 het dringende advies van de Rijksoverheid aan eenieder vanaf 13 jaar om (niet-medische) mondkapjes te dragen in publiek toegankelijke binnenruimtes zoals winkels, musea, gemeentehuizen, stations, vliegvelden, parkeergarages, benzinestations, restaurants, cafés, theaters en concertzalen – en ook bij de uitvoering van contactberoepen, zowel voor de dienstverlener als de klant. Dit advies is eveneens opgenomen in de preambule van versie 3.1.

Waarin verschilt versie 3.0 van het protocol (1 juli 2020) van versie 2.0 (29 mei 2020)?

1. HIGH RISK | Intieme scènes of scènes met intensief fysiek contact kunnen weer worden opgenomen, mits de betrokken personen tijdens de repetitie- en opnameperiode wél in thuisisolatie blijven én preventief diagnostisch getest worden op COVID-19 (punt 47 en 48). Zie ook de toelichting met betrekking tot preventief testen.
2. MEDIUM RISK | Voor personen die in hun werk geen 1,5 meter afstand kunnen houden én geen beschermende kleding kunnen dragen (zonder dat sprake is van intieme scènes), geldt dat zij tijdens de repetitie- en opnameperiode niet meer in thuisisolatie hoeven te blijven. Voorwaarden zijn dat deze personen geen klachten hebben en dat zij werken in een controleerbare groep met herhaalcontacten (punt 46).
3. TEST BIJ KLACHTEN | Bij gezondheidsklachten wordt aanbevolen gebruik te maken van de verruimde mogelijkheden om te testen op een COVID-19-besmetting - bijvoorbeeld via de GGD of huisarts, (punt 7 en 8). Zie ook onderstaande, meer uitgebreide toelichting.
4. SCHOONMAAK | Voor het schoonmaken van locaties en gebruiksvoorwerpen is het gebruik van desinfectiemiddelen niet langer vereist. Ga uit van de algemene hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (punt 10, 14, 21 en 37).
5. VERVOER | Voor verplaatsingen kan weer gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer, daarbij is het dragen van een mondkapje verplicht. Bij gebruik van productie-auto’s hoeft geen plastic afscheiding meer aangebracht te worden, mits vooraf wordt gereserveerd, een gezondheidscheck wordt gedaan en een mondkapje wordt gedragen (punt 22).
6. VIEWINGS | Viewings hoeven niet langer zo veel als mogelijk online georganiseerd te worden (punt 20).
7. AFSTAND | Kinderen en jongeren tot 18 jaar hoeven onderling geen 1,5 meter afstand meer te houden (punt 5).

Testen bij (milde) gezondheidsklachten
Voor iedereen die bij een productie betrokken is geldt dat hij/zij thuis moet blijven bij verkoudheidsklachten zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest of verhoging tot 38 graden Celsius tot u 24 uur klachtenvrij bent. Bij koorts (vanaf 38 graden Celsius) geldt dit ook voor hun huisgenoten.
Heeft u gezondheidsklachten die passen bij COVID-19, laat u dan testen op een besmetting met het coronavirus - bijvoorbeeld via de GGD of huisarts (punt 7 en 8 van het protocol). Voor het maken van een afspraak belt u met het landelijke nummer 0800-1202 (dagelijks van 08:00-22:00 uur). Deze test is gratis; de uitslag is na 24 tot 48 uur bekend. Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavir...
Indien onverhoopt binnen cast en crew sprake is van een bevestigde COVID-19-besmetting, dan wordt diegene door de GGD gevraagd zijn/haar contacten (vanaf twee dagen voordat de klachten begonnen) door te geven. De GGD benadert vervolgens deze personen en legt uit welke maatregelen zij moeten nemen.

Preventief testen (HIGH RISK-situaties)
Met preventieve tests wordt bedoeld: tests op aanwezigheid van het coronavirus zonder dat de betreffende persoon symptomen van COVID-19 vertoont. Het protocol schrijft voor dat personen in de HIGH RISK-categorie, zoals acteurs die intieme scènes moeten spelen (met intensief fysiek contact) preventief diagnostisch getest dienen te worden (punt 48).
Wat betreft preventief testen geldt het volgende:

- Preventief testen op COVID-19 gebeurt uitsluitend door middel van de zogenaamde PCR-test (polymerase chain reaction). Let op: het gaat hier om een testproces (van afname materiaal tot analyse en delen van de uitslag conform AVG), niet om een doe-het-zelf testkit.
- Voor de PCR-test dient materiaal afgenomen te worden (via keel en neusholte) door iemand die tot medische handelingen bevoegd is - zoals een bedrijfsarts of verpleegkundige. 
- De analyse van deze test vindt plaats door een laboratorium dat geaccrediteerd is voor moleculaire SARS-CoV-2-diagnostiek. Een lijst van deze laboratoria vind je hier (par. 6.1 en 6.2): https://lci.rivm.nl/covid-19/bijlage/aanvullend
- De uitslag hiervan is doorgaans binnen 48 uur beschikbaar.
- Andere (zelf)testen zijn vooralsnog niet gevalideerd door het RIVM en voldoen dus niet.
- Geteste personen verbinden zich aan de strikte richtlijn om zoveel mogelijk thuis te blijven en alleen om noodzakelijke redenen naar buiten te gaan.
- Zodra vastgesteld is dat de geteste personen niet besmet zijn met COVID-19, dienen scènes die in de HIGH RISK-categorie vallen (waarbij sprake is van intensief fysiek contact) zoveel mogelijk op één en dezelfde dag opgenomen te worden.
- Indien sprake is van meerdere opnamedagen voor HIGH RISK-scènes, zullen de betreffende personen preventief worden getest in een cyclus die hierop aansluit. Preventief diagnostisch testen wordt zodoende een onderdeel van de dagroutine.
- De werkvloer/ opnamelocatie moet ingedeeld worden in zones, waarbij per cast- en crewlid wordt bepaald tot welke zones hij/zij toegang heeft.
- Het aantal personen op de set tijdens intieme scènes dient zo veel mogelijk beperkt te worden.

Wie is verantwoordelijk voor de preventieve tests?
Preventief testen is alleen noodzakelijk voor degenen in de HIGH RISK-categorie, zoals acteurs die intieme scènes moeten spelen met intensief lichamelijk contact. Dit gebeurt altijd in de context van een productie. De organisatie én de kosten van het preventief testen komen daarmee voor rekening van de productie. De hiermee gemoeide kosten kunnen opgevoerd worden als COVID-19-gerelateerde meerkosten.

Kan ik gebruik maken van de GGD-teststraten voor preventieve diagnostische tests?

De GGD-teststraten zijn bedoeld voor personen die daadwerkelijk kampen met (lichte) gezondheidsklachten die passen bij COVID-19. Om capaciteitsproblemen bij deze teststraten te voorkomen, raden we af om deze te gebruiken voor preventieve tests (die eventueel meermaals uitgevoerd moeten worden).

UPDATE Kan ik ook gebruikmaken van sneltests of zelftests die door commerciële partijen aangeboden worden?

PCR-tests zijn het meest betrouwbaar om een COVID-19-besmetting vast te stellen. Dit type test wordt gebruikt bij de GGD-teststraten en in geaccrediteerde laboratoria (die ook door bedrijven benaderd kunnen worden, zie hierboven). Tot voor kort was alleen de PCR-test door het RIVM gevalideerd voor COVID-19/SARS-CoV-2-diagnostiek. Op 7 oktober 2020 maakte minister De Jonge (VWS) bekend dat twee antigenentests, ontwikkeld door Abbott en Becton Dickinson/BD, zijn gevalideerd voor gebruik in Nederland. Deze zgn. 'sneltests' - waarvan de uitslag na een kwartier bekend is - zijn overigens iets minder betrouwbaar dan de PCR-test. Sommige zelfstandige laboratoria bieden deze sneltests al aan voor bedrijven en scholen; ook bij enkele GGD-teststraten worden deze tests gebruikt. Naar verwachting maakt het kabinet begin november bekend of deze sneltests op grote schaal ingezet kunnen worden. Let wel: andere sneltests of zelftests zijn vooralsnog niet gevalideerd door het RIVM en voldoen dus niet in geval van HIGH RISK-situaties. Zie ook: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/testen

Wat is de status van dit protocol?
Elke sector is door het kabinet gevraagd zelf een protocol op te stellen, waarin is aangegeven hoe werksituaties en bedrijfsvoering zodanig ingericht kunnen worden dat aan de geldende maatregelen van de Rijksoverheid en RIVM-gezondheidsadviezen voldaan kan worden.
De overheid beschouwt de ingediende protocollen als een afspraak van de desbetreffende sector of branche met de bij hen aangesloten bedrijven en organisaties. De sector is ook zelf verantwoordelijk voor naleving van het protocol. De inhoud van dit protocol is afgestemd met het Ministerie van OCW; na vaststelling is het document aangeboden aan het Ministerie van OCW en het Ministerie van EZK. Een vastgesteld protocol is echter geen vervanging van de geldende wet- en regelgeving, waaronder de noodverordeningen. De verantwoordelijke overheidsinstanties (bijvoorbeeld gemeentes, veiligheidsregio’s, arbeidsinspectie, brandweer e.d.) zullen dus handhaven op basis van wet- en regelgeving en niet op basis van dit protocol.

Wat betekent het protocol voor mij?

Dit is een generiek protocol, zo opgesteld dat het van toepassing is op de brede AV-sector: van speelfilms en documentaires tot spelletjesprogramma’s en commercials. Omdat het een generiek protocol is moet iedereen te allen tijde zelf (blijven) overwegen wat de RIVM-richtlijnen en het protocol betekenen voor zijn of haar praktijk. Dat zal voor iedereen en per productie, per shoot en ook per werkwijze verschillen. Ga hierover met elkaar in gesprek.
Wij raden iedereen aan het protocol zorgvuldig te lezen en na te gaan wat op de eigen werksituatie van toepassing is. Bekijk ook de indicatieve risicoanalysetabel, evenals de toolkit die de DAFF heeft ontwikkeld in aanvulling op dit protocol. Hierin zijn tips & tricks verzameld voor en door iedereen die op de set of in de studio werkt.

Is het verboden om te filmen en produceren zonder protocol?

Nee, de Rijksoverheid heeft nooit verboden om audiovisuele producties te maken. Kijk maar naar talkshows en andere programma’s en producties die nog steeds gemaakt worden. Wel dienen de (algemene) overheidsmaatregelen en richtlijnen van het RIVM te worden nageleefd; zie hiervoor de site van de Rijksoverheid en van de lokale overheid. Elke sector is gevraagd om in aansluiting op de overheidsmaatregelen en de RIVM-richtlijnen een protocol voor de eigen sector te ontwikkelen. Daaraan hebben we met dit protocol voldaan.

Wat is een Health and Safety Officer (HSO)?
Een HSO is geen (nieuw) beroep, maar een verantwoordelijkheid die iemand op de werkvloer of set toegewezen krijgt door de opdrachtgever. Hij of zij ziet erop toe dat alle werkenden het protocol (zo goed mogelijk) naleven. Dat doet hij of zij in het belang van iedereen om zo een veilige werksituatie borgen.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid op de set?

Het uitbannen van COVID-19 is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Het is dus van belang dat iedereen elkaar kan aanspreken wanneer op de set situaties ontstaan die de uitvoering van de in het protocol genoemde maatregelen belemmeren. Als centraal aanspreekpunt fungeert degene die op de set de verantwoordelijkheid van Health & Safety Officer draagt.

Waar of bij wie kan ik terecht als ik zie dat het protocol niet goed nageleefd wordt?

Als de regels overtreden worden is het aan de HSO om – in overleg met crew, cast en producent – maatregelen te nemen en de situatie aan te passen. Daarnaast heeft iedereen daarin een eigen verantwoordelijkheid, ook ten opzichte van elkaar. Spreek elkaar om te beginnen vriendelijk aan als je ziet dat het niet (helemaal) goed gaat. Als opnameleider of First AD, de HSO en/of de producent allen de signalen niet serieus opvatten, doe dan een beroep op je brancheorganisatie om het te agenderen.

Mijn opdrachtgever wil mijn temperatuur opnemen voor ik aan het werk ga, is dat toegestaan?

Ja, opdrachtgevers mogen werkenden vragen om hun temperatuur op te nemen; het is echter niet toegestaan het meetresultaat vast te leggen of te administreren. Of het opnemen van temperatuur nodig is hangt af van de risicocategorie waartoe de werkenden behoren.

Krijg je doorbetaald als je niet kunt werken i.v.m. verkoudheid of overige symptomen?

Verhoging/koorts en verkoudheid zijn symptomen die kunnen wijzen op COVID-19-besmetting. Het is dus van cruciaal belang dat je niet komt werken als je last hebt van deze symptomen, en dat je de werkplek direct verlaat wanneer hiervan sprake is om vervolgens thuis uit te zieken. Als je klachten krijgt binnen 24 uur voordat of nadat je op de werkplek bent geweest, geef dit dan direct door en blijf thuis. Of je doorbetaald krijgt hangt af van je specifieke contractrelatie; zelfstandigen zullen over het algemeen niet worden doorbetaald.

Kun je ontslagen worden als je geen medewerking verleent aan een activiteit die voor jou onveilig voelt?

Relevant is of een bepaalde situatie niet alleen onveilig voelt, maar ook onveilig is. Dat laatste is in het algemeen vast te stellen aan de hand van het protocol en of de daarin voor een specifieke situatie geldende voorzorgsmaatregelen nageleefd kunnen worden. Het is raadzaam aan het begin van een productie alvast het protocol te bespreken met (mogelijke/beoogde) cast en crew. Dit kan leiden tot verschillende mogelijkheden om een situatie aan te pakken. Afhankelijk van de risico’s en keuzes die gemaakt worden is het aan elk individu om al dan niet voor een bepaalde productie te gaan werken.

Is er extra geld beschikbaar voor de draaiperiodes?

Aanpassing van werkwijzen en -situaties om te voldoen aan alle voorzorgsmaatregelen kan leiden tot meerkosten. Daar is de gemiddelde productiebegroting nog niet goed op toegerust. Fondsen en financiers zijn zich ervan bewust dat deze risico’s niet alleen op de productiehuizen kunnen drukken. In sommige gevallen wordt extra budget beschikbaar gesteld om meerkosten (gedeeltelijk) te dekken, bijvoorbeeld door het Filmfonds. Het streven is dat eventuele lasten hiermee (zoveel mogelijk) opgelost kunnen worden en niet op fees voor de werkenden drukken.

Kunnen producenten mij vragen om voor minder te werken om zo extra COVID-19-gerelateerde kosten te dekken?

In principe geldt dat gemaakte afspraken over de hoogte van beloningen niet zomaar gewijzigd kunnen worden. Op dit moment is nog niet te zeggen welke impact de gevolgen van de COVID-19 crisis zullen hebben op tarieven die worden afgesproken ten behoeve van nieuwe producties.

Gaat het wel lukken, audiovisuele producties maken in de anderhalvemetersamenleving?

We stellen nadrukkelijk dat per individuele productie de afweging gemaakt moet worden of en op welke wijze het in de huidige situatie verantwoord is om te draaien/produceren. Het vergt in elk geval extra inzet, tijd en investeringen; ook zal de sfeer anders zijn op de werkvloer of set. Ook zal het soms een uitdaging zijn om je te houden aan de in het protocol beschreven voorzorgsmaatregelen. Toch is dat de enige manier om het COVID-19 virus uit te bannen, aan het werk te kunnen (en blijven) en te voorkomen dat het land opnieuw op slot moet. Dat is een verantwoordelijkheid die we samen moeten dragen. Voor jezelf, voor je collega en voor de sector, maar ook voor de samenleving.

↥ NAAR BOVEN

Summary (EN)

A COVID-19 protocol has been drawn up for the Dutch audiovisual sector, intended for everyone involved in the various types of audiovisual productions. The protocol contains rules of conduct and guidelines relating to hygiene, precautionary and protective measures. These aim to guarantee the safest possible working situation during the COVID-19 pandemic. The protocol was adopted in consultation and with input from the various professional associations and other stakeholders. The content of the protocol has also been coordinated with the Ministry of OCW (Education, Culture and Science); after adoption, the document has been submitted to the Ministries of OCW and EZK (Economic Affairs and Climate).The current version (3.1) is in line with the current government guidelines.

An English version of the protocol and related documents can be downloaded here.

A document detailing the differences between version 3.0 and 2.0 of the protocol, including information on preventive testing can be downloaded here.

↥ TOP PAGE